Wat is gedragstherapie?

Gedragstherapie voor honden bestaat uit verschillende onderdelen. Er vindt een intakegesprek plaats, waarbij wordt begonnen met het in kaart brengen van de hond. Wat is het probleem? Hoe is zijn gedrag, zijn leefpatroon? Wat zijn zijn jeugdervaringen, zijn gevoeligheden en eigenaardigheden. Er wordt niet alleen gekeken naar het hoe van het probleemgedrag maar ook vooral naar het waarom. Daarna wordt, samen met de eigenaar een plan van aanpak opgesteld. De eigenaar wordt bij het uitvoeren hiervan begeleid door de gedragsthereapeut.

Gedragstherapie is niet hetzelfde als trainen. Bij trainen wordt gekeken naar het aanwezige gedrag, waarbij de nadruk ligt op gewenst gedrag en ongewenst gedrag. Het gewenste gedrag wordt uitgebouwd met training en het ongewenste gedrag wordt omgebogen, al dan niet met het gebruik van straf. Bij gedragstherapie wordt gezocht naar de oorzaak van het gedrag. Indien er een duidelijke oorzaak wordt gevonden (dat is niet altijd het geval) kan er gericht gewerkt worden.

De oorzaak is niet altijd weg te nemen. Therapie kan bijvoorbeeld niet een gebrekkige socialisatie ongedaan maken. Maar zodra een therapeut weet dat hier de oorzaak ligt van het probleem, heeft hij richtlijnen die aangeven welke wegen hij (zij) kan bewandelen om het gedrag van de hond te modificeren. Soms is de oorzaak gelegen in een communicatiestoornis tussen hond en eigenaars. Dan is het zaak de eigenaars te leren kijken naar hun hond. Zodra de eigenaar zijn hond ‘verstaat’ kan hij op de signalen van de hond adequaat reageren. (Angstsignalen van een hond worden door sommige eigenaren bijvoorbeeld niet begrepen, wat als gevolg kan hebben dat de eigenaar gebeten wordt.) De eigenaar kan tegelijkertijd tips krijgen die hem helpen duidelijker te worden voor zijn hond. Op deze manier worden misverstanden voorkomen en verbetert de relatie mens hond.

Soms zorgen karakter en aanleg voor gedrag dat door de eigenaar als problematisch wordt ervaren. Denk hierbij maar aan een Border Collie die de hele dag staat te loeren op voeten van mensen (eye geven). Dit eye geven is een aangeboren eigenschap die bij de Border Collie past. Als een dergelijke hond niet kan werken met zijn aanleg, bestaat de kans dat hij vreemd gedrag gaat vertonen, zoals bijvoorbeeld hierboven beschreven. Het spreekt voor zich dat een therapeut aan genetische aanleg niets kan veranderen. In dit geval zal moeten worden gezocht naar mogelijkheden om de aanwezige eigenschap op een andere manier te benutten. Hier wordt het gedrag omgebogen, niet weggetraind. Bij dit soort problemen blijft het zaak continu tegengas te geven. Zodra de eigenaar stopt met het bijsturen van dit gedrag, zal de hond vroeg of laat weer terugvallen.

Als het gaat om aangeleerd gedrag is het wel mogelijk een blijvende verandering aan te brengen. Ook hierbij wordt eerst gekeken waarom de hond een dergelijk gedrag vertoont: wat is de oorzaak? Dan wordt gekeken hoe het komt dat de hond dit gedrag blijft vertonen. Want veel eigenaars hebben al van alles geprobeerd voordat ze bij een gedragstherapeut terecht komen. En ondanks al hun maatregelen bleef de hond volharden in zijn problematische gedrag. In dit geval is er dus sprake van een belonende factor, die zo sterk is dat hij door de hond als belangrijker wordt ervaren dan de straf die hij tot nu toe heeft gekregen.

Het lijkt soms een grote puzzel om uit te vinden waarom een hond een bepaald gedrag vertoont en dat hardnekkig in stand houdt, ondanks alle maatregelen die de eigenaar heeft genomen om het gedrag te verbeteren. Maar dat is de uitdaging voor de gedragstherapeut! Zodra de mogelijke oorzaken en instandhoudende factoren bekend zijn, kan de therapeut samen met de eigenaar een plan van aanpak opstellen. De eigenaar zal deze maatregelen zelf moeten uitvoeren, onder begeleiding van de gedragstherapeut. Bij elke hond/mens combinatie wordt een plan op maat gemaakt. De maatregelen moeten immers door de eigenaar zelf kunnen worden uitgevoerd. De eigenaar moet zich kunnen vinden in de maatregelen. Hij moet goed worden ingelicht en begeleid, zodat hij gemotiveerd aan de gang kan. Gedragstherapie is over het algemeen het zwaarst voor de eigenaar. Hij moet opeens zijn dagelijkse gang van zaken omgooien. En elke handeling naar de hond toe overdenken. Dat valt niet altijd mee. De hond pikt de veranderingen meestal heel wat makkelijker op. De eerste weken zijn voor de eigenaar een behoorlijke uitdaging. Maar zodra er verbetering optreedt, wordt de eigenaar voor zijn inzet beloond.